De overstroming van Florence in 1966: de dag waarop de stad verdronk

Delen

Op 4 november 1966 werd Florence getroffen door een van de grootste rampen uit haar geschiedenis. De rivier de Arno, die normaal gesproken zo rustig door het historische centrum stroomt, veranderde in een allesverwoestende watermassa. Mensen verloren hun huizen, winkels en soms zelfs hun leven. Eeuwenoude kunstwerken verdwenen onder een dikke laag modder en olie. Zestig jaar later zijn de sporen van die verschrikkelijke dag nog altijd zichtbaar in de stad. En voor mij heeft 4 november nog een heel andere, persoonlijke betekenis.

Wie Florence bezoekt, kan eigenlijk niet om de Arno heen. De rivier verdeelt de stad in tweeën, vormt het decor voor een aantal van de mooiste uitzichten en is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van Florence. Vanaf de Ponte Vecchio zie je het water rustig onder je door stromen, terwijl de gevels van de paleizen aan de oevers weerspiegelen in het water. Het is moeilijk voor te stellen dat juist deze rivier ooit zoveel verwoesting heeft aangericht.

Toch heeft Florence door de eeuwen heen een bijzonder moeizame relatie gehad met de Arno. De rivier bracht handel, welvaart en economische groei, maar veroorzaakte ook regelmatig overstromingen. Geen daarvan staat zo diep in het collectieve geheugen van de Florentijnen gegrift als die van 4 november 1966.

Die dag veranderde Florence in een stad van water, modder en wanhoop. Maar de ramp liet ook een heel andere kant van de stad zien: de enorme solidariteit van haar inwoners en van duizenden vrijwilligers die vanuit de hele wereld naar Florence kwamen om te helpen.

Waarom is Florence zo kwetsbaar voor overstromingen?

Om te begrijpen wat er in november 1966 gebeurde, moeten we eerst kijken naar de geografische ligging van Florence. De stad ligt in een laaggelegen bekken, ongeveer rond het smalste deel van de rivier, omringd door heuvels. Dwars door dat bekken stroomt de Arno, een rivier die ontspringt op de Monte Falterona in de Apennijnen en uiteindelijk bij Pisa uitmondt in de Tyrreense Zee.

Onderweg verzamelt de Arno water uit een groot stroomgebied. Niet alleen regen die direct boven Florence valt is dus belangrijk, maar ook neerslag die tientallen kilometers verderop in de Apennijnen terechtkomt. Via zijrivieren, waaronder de Sieve, bereikt dat water uiteindelijk de Arno. Bij langdurige of bijzonder hevige regenval kan de hoeveelheid water daardoor in korte tijd enorm toenemen.

Hoog water Florence

Daar komt bij dat het historische centrum van Florence relatief laag ligt ten opzichte van de rivier. Wanneer de Arno buiten zijn oevers treedt, kan het water zich over grote delen van de stad verspreiden. De nauwe straten en dichtbebouwde wijken maken de situatie nog ingewikkelder: het water wordt op sommige plekken door de straten geperst, terwijl het zich elders ophoopt.

Ook de bruggen spelen een rol. Ze vormen vernauwingen in de rivier en kunnen bij extreem hoogwater de doorstroming belemmeren, zeker wanneer boomstammen en ander puin zich ophopen.

In 1966 kwam een uitzonderlijk grote hoeveelheid water samen met een rivierbedding die onvoldoende capaciteit had om al dat water af te voeren. Volgens de Florentijnse civiele bescherming bereikte de afvoer bij Nave a Rovezzano ongeveer 4.100 kubieke meter per seconde, terwijl de rivier ter hoogte van de Ponte Vecchio destijds slechts ongeveer 2.200 tot 2.300 kubieke meter per seconde kon verwerken. Dat verschil was dus enorm. De Arno had eenvoudigweg niet genoeg ruimte om al het water af te voeren. De rest zocht een andere weg, buiten zijn oevers.

Florence overstroomde al eeuwen vóór 1966

Hoewel de overstroming van 1966 tegenwoordig de bekendste is, was het zeker niet de eerste keer dat Florence door de Arno werd getroffen. Al vanaf de twaalfde eeuw bestaan er verslagen van overstromingen. Sommige veroorzaakten relatief beperkte schade, andere waren zo ernstig dat ze de ontwikkeling van de stad blijvend beïnvloedden.

4 november 1333: de Arno verwoest de bruggen van Florence

Een van de zwaarste overstromingen uit de Florentijnse geschiedenis vond plaats op 4 november 1333. Opvallend genoeg precies dezelfde datum als de ramp van 1966.

Na dagen van aanhoudende regen steeg het waterpeil van de Arno tot ongekende hoogte. Het water stroomde met enorme kracht door de stad en verwoestte vrijwel alle bruggen. Ook de toenmalige Ponte Vecchio werd meegesleurd.

De brug die we tegenwoordig kennen, met haar karakteristieke winkeltjes, dateert dan ook van ná deze overstroming. In 1345 werd de huidige stenen brug voltooid, die in de eeuwen daarna zou uitgroeien tot een van de bekendste symbolen van Florence.

De ramp van 1333 was zo ingrijpend dat kroniekschrijvers er uitgebreid over berichtten. Ook de Florentijnse schrijver Giovanni Villani beschreef de verwoesting die het water had aangericht.

1557: opnieuw een verwoestende overstroming

Ook in de zestiende eeuw bleef Florence niet gespaard. Vooral de overstroming van 13 september 1557 veroorzaakte grote schade. De stad stond inmiddels onder het bewind van Cosimo I de’ Medici, die bezig was Florence om te vormen tot de hoofdstad van een steeds machtiger Toscaanse staat.

Opnieuw werden grote delen van de stad overspoeld. Huizen, werkplaatsen en kerken liepen onder water. Voor de Florentijnen was het een pijnlijke herinnering aan de kwetsbaarheid van hun stad.

1844: een waarschuwing die niet vergeten had mogen worden

Op 3 november 1844 trad de Arno opnieuw buiten zijn oevers. Grote delen van het historische centrum kwamen onder water te staan en het dagelijkse leven viel stil. Groothertog Leopold II liet zelfs ruimtes in Palazzo Pitti beschikbaar stellen voor mensen die door de overstroming hun huis waren kwijtgeraakt.

In Florence verschenen op verschillende plekken gedenkstenen waarop de hoogte van het water werd aangegeven. Sommige van deze stenen zijn vandaag de dag nog te zien. Ze herinneren ons eraan dat de overstroming van 1966 geen op zichzelf staande gebeurtenis was, maar deel uitmaakte van een lange geschiedenis.

November 1966: dagenlang regen boven Toscane

Eind oktober en begin november 1966 werd Toscane getroffen door uitzonderlijk zware regenval. Het regende niet alleen in Florence, maar ook in grote delen van het stroomgebied van de Arno. De bodem was verzadigd en de zijrivieren voerden steeds grotere hoeveelheden water af. In de dagen voorafgaand aan de ramp steeg het waterpeil voortdurend.

Op donderdag 3 november werd de situatie steeds zorgwekkender. In verschillende plaatsen stroomopwaarts van Florence traden rivieren buiten hun oevers en kwamen wegen onder water te staan. Toch was de stad nauwelijks voorbereid op wat zou volgen.

Er bestond nog geen modern waarschuwingssysteem zoals we dat tegenwoordig kennen. Bovendien werd de ernst van de situatie onderschat. De meeste inwoners gingen die avond gewoon naar bed, zonder te weten dat hun stad binnen enkele uren volledig zou veranderen.

Vrijdag 4 november was een nationale feestdag, de Dag van de Italiaanse Eenheid en de Strijdkrachten. Veel winkels, scholen en kantoren waren gesloten. Dat heeft waarschijnlijk voorkomen dat er nog veel meer slachtoffers vielen.

4 november 1966: de nacht waarin de Arno buiten zijn oevers trad

In de vroege ochtenduren van vrijdag 4 november begon de ramp zich te voltrekken. Rond half drie ’s nachts trad de Arno aan de oostkant van Florence buiten zijn oevers, bij Nave a Rovezzano. Het water verspreidde zich razendsnel over de omliggende wijken.

Gavinana, ten zuidoosten van het historische centrum, werd bijzonder zwaar getroffen. Op sommige plekken stond meer dan vijf meter water. Ondertussen bleef de rivier stijgen.

Rond half zeven ’s ochtends stroomde het water over de kademuren bij de Biblioteca Nazionale Centrale, de Nationale Bibliotheek, vlak bij de Santa Croce. Vanaf dat moment was er geen houden meer aan.

Een enorme massa water, vermengd met modder, puin, boomstammen en olie, verspreidde zich door de straten van het historische centrum. Piazza Santa Croce veranderde in een meer. Via dei Neri, Via de’ Benci en de omliggende straten werden woeste waterstromen. Ook aan de andere kant van de rivier, in Santo Spirito en San Frediano, liep het water hoog op.

Bij de Ponte Vecchio sloeg het water met enorme kracht tegen de brug. De winkeltjes werden zwaar beschadigd en de rivier sleurde alles mee wat op haar weg kwam. Auto’s dreven door de straten. Winkelruiten sprongen onder de druk van het water. Meubels, deuren en complete winkelvoorraden verdwenen in de bruine stroom.

Veel Florentijnen werden wakker van het geluid van stromend water of van buren die elkaar waarschuwden. Wie op de begane grond woonde, moest zo snel mogelijk naar boven vluchten. Anderen kwamen vast te zitten in hun woningen en konden alleen nog vanaf de bovenverdiepingen toekijken hoe hun bezittingen verdwenen.

Elektriciteit, telefoonverbindingen en andere voorzieningen vielen uit. Florence raakte steeds verder geïsoleerd.

Een stad onder meters water

Hoe hoog het water precies kwam, verschilde sterk per wijk. In de omgeving van Santa Croce, een van de zwaarst getroffen delen van het historische centrum, bereikte het water op sommige plekken een hoogte van bijna vijf meter. Dat is ongeveer de hoogte van de eerste verdieping van een Florentijns palazzo.

Stel je voor dat je vandaag door Via dei Neri loopt, tussen de restaurants, winkels en historische gebouwen. Tijdens de overstroming van 1966 stond het water daar zo hoog dat je vanaf straatniveau nauwelijks nog iets van de begane grond kon zien. Op de kruising met de Via Don Giancarlo Setti kun je op een van de hoeken zien hoe hoog het water precies kwam.

Ook rond de Duomo stond het water metershoog. Zelfs het Battistero, een van de oudste en belangrijkste religieuze gebouwen van Florence, werd zwaar getroffen. De kracht van het water was zo groot dat de beroemde Porta del Paradiso, de bronzen deuren die Lorenzo Ghiberti in de vijftiende eeuw maakte, opensloeg. Vijf van de tien reliëfpanelen raakten los. Het waren deuren die al meer dan vijfhonderd jaar tot de grootste artistieke schatten van Florence behoorden. Nu waren ze het slachtoffer geworden van dezelfde rivier die de stad eeuwenlang welvaart had gebracht.

De menselijke tragedie achter de overstroming

Wanneer we tegenwoordig over de overstroming van Florence spreken, gaat het vaak over de schade aan kunstwerken. Dat is begrijpelijk, want Florence bezit een uitzonderlijke hoeveelheid cultureel erfgoed. Maar achter de beelden van ondergelopen kerken en beschadigde schilderijen schuilt vooral een menselijke tragedie.

Mensen verloren familieleden, vrienden en buren. Gezinnen moesten hun woningen verlaten, vaak zonder te weten wanneer ze terug konden keren. Winkeliers zagen hun levenswerk verdwijnen en ambachtslieden verloren gereedschappen en materialen waarmee ze soms al generaties lang hun brood verdienden.

Het officiële dodental wordt doorgaans op 35 slachtoffers in Florence en de omliggende gebieden gesteld, al verschillen historische tellingen afhankelijk van het gebied en de gehanteerde criteria.

De materiële schade was nauwelijks te overzien. Duizenden winkels en werkplaatsen waren verwoest of ernstig beschadigd. Auto’s waren onbruikbaar geworden, huizen stonden vol modder en veel gezinnen hadden geen elektriciteit, drinkwater of verwarming.

Daarbij kwam nog een ander probleem. Het water bestond niet alleen uit rivierwater en modder. Uit ondergelopen verwarmingsinstallaties en brandstoftanks waren grote hoeveelheden stookolie vrijgekomen. Die olie verspreidde zich over de straten en drong binnen in huizen, meubels, boeken en kunstwerken. Toen het water uiteindelijk zakte, bleef een dikke, stinkende laag modder en olie achter. De stad was veranderd in een enorme, vervuilde puinhoop.

Voor veel Florentijnen begon de echte ellende pas toen het water verdwenen was. Ze moesten niet alleen hun woningen schoonmaken en hun bezittingen proberen te redden, maar ook accepteren dat sommige dingen voorgoed verloren waren gegaan. Familiefoto’s, brieven, documenten en persoonlijke herinneringen waren door het water vernietigd. Dingen die misschien weinig financiële waarde hadden, maar voor de mensen zelf onvervangbaar waren.

De kunstschatten van Florence in gevaar

Florence is een stad waar kunst niet uitsluitend in musea hangt. Eeuwenoude schilderijen, fresco’s, beelden en architectonische meesterwerken maken deel uit van het dagelijks leven. Je vindt ze in kerken, kloosters, paleizen en zelfs op straat. Dat maakt Florence zo bijzonder, maar tijdens de overstroming van 1966 bleek het ook een enorme kwetsbaarheid.

Toen het water door het historische centrum stroomde, bereikte het talloze gebouwen waarin zich kunstwerken van onschatbare waarde bevonden. De schade was niet alleen het gevolg van de kracht van het water. Vooral de combinatie van vocht, modder en olie bleek desastreus.

Houten panelen begonnen uit te zetten en te vervormen. Verflagen kwamen los. Papier zwol op en boeken veranderden in onhandelbare, natte massa’s. Fresco’s werden aangetast door vocht en vervuiling, terwijl sculpturen en architectonische decoraties bedekt raakten met modder. Sommige kunstwerken konden relatief snel worden gered. Voor andere begon een restauratieproces dat tientallen jaren zou duren. Sommige beschadigingen bleken onherstelbaar.

Het kruisbeeld van Cimabue: het symbool van de ramp

Een van de beroemdste slachtoffers van de overstroming was het monumentale kruisbeeld van Cimabue in de Santa Croce.

Cimabue, die in de tweede helft van de dertiende eeuw actief was, wordt beschouwd als een van de belangrijkste voorlopers van de Italiaanse renaissance. Zijn werk vormde een belangrijke schakel tussen de Byzantijnse schildertraditie en de meer naturalistische kunst die later door Giotto verder zou worden ontwikkeld.

Zijn beschilderde houten kruisbeeld, gemaakt rond 1280, behoort tot de belangrijkste werken uit deze periode. Tijdens de overstroming bevond het zich in het museum van Santa Croce. Het water steeg tot ongeveer zes meter hoogte in de ruimte waar het kruis hing. Het werk werd volledig doordrenkt met water, modder en olie.

Toen het uiteindelijk kon worden geborgen, bleek dat ongeveer zestig procent van de oorspronkelijke beschildering verloren was gegaan. De foto’s van het beschadigde kruisbeeld gingen de hele wereld over. Voor veel mensen werd het beeld van de gehavende Christus het symbool van de ramp: niet alleen Florence zelf, maar ook haar eeuwenoude kunstgeschiedenis leek zwaar gewond.

restauratie kruisbeeld Cimabue
Bron: https://blog.deascuola.it/articoli/alluvione-firenze-1966-cristo-cimabue

Restauratoren begonnen aan een langdurig en bijzonder ingewikkeld proces om te redden wat er nog te redden viel. Het kruisbeeld werd uiteindelijk geconserveerd en gerestaureerd, maar de verloren beschildering kon niet worden teruggebracht.

Misschien is dat juist wat het werk tegenwoordig zo indrukwekkend maakt. Wie het kruisbeeld in Santa Croce bekijkt, ziet niet alleen een meesterwerk uit de dertiende eeuw, maar ook de sporen van een ramp die bijna zevenhonderd jaar later plaatsvond. Het is een kunstwerk dat letterlijk verschillende hoofdstukken uit de geschiedenis van Florence met zich meedraagt.

Het Laatste Avondmaal van Vasari: een restauratie van tientallen jaren

Een ander bijzonder verhaal is dat van Het Laatste Avondmaal van Giorgio Vasari.

Vasari is vooral bekend als schilder, architect en auteur van de beroemde kunstenaarsbiografieën, waarin hij de levens van de belangrijkste kunstenaars van de renaissance beschreef.

In de zestiende eeuw schilderde hij een monumentale voorstelling van het Laatste Avondmaal, verdeeld over vijf grote houten panelen. In 1966 bevond het werk zich in Santa Croce. Tijdens de overstroming bleef het schilderij langdurig onder water staan. Het hout zwol op en vervormde, terwijl de beschildering ernstig beschadigd raakte. De toestand was zo slecht dat restauratie lange tijd vrijwel onmogelijk leek.

Het schilderij verdween voor tientallen jaren in opslag, terwijl restauratoren en wetenschappers onderzochten hoe het gered zou kunnen worden. Pas dankzij nieuwe technieken en jarenlange samenwerking tussen specialisten kon het werk uiteindelijk worden hersteld.

Op 4 november 2016, precies vijftig jaar na de overstroming, werd het gerestaureerde schilderij opnieuw aan het publiek gepresenteerd in Santa Croce. Een bijzonder symbolisch moment.

Tegenwoordig is het schilderij bovendien voorzien van een ingenieus systeem waarmee het bij dreigend hoogwater omhoog kan worden gebracht. De geschiedenis heeft Florence geleerd dat kunst niet alleen gerestaureerd, maar ook beschermd moet worden.

De Nationale Bibliotheek: bijna een miljoen beschadigde boeken

Niet alleen schilderijen en sculpturen werden getroffen. Een van de zwaarste verliezen vond plaats in de Biblioteca Nazionale Centrale di Firenze, vlak bij de Arno.

De Nationale Bibliotheek behoort tot de belangrijkste bibliotheken van Italië en bewaart een enorme hoeveelheid boeken, manuscripten, kranten en historische documenten. Tijdens de overstroming drong het water binnen in de lagere verdiepingen en opslagruimtes. Bijna een miljoen boeken raakten door het water getroffen, waaronder ongeveer honderdduizend exemplaren uit de historische collecties.

De reddingsoperatie was gigantisch. Duizenden boeken moesten uit de modder worden gehaald, gesorteerd, gedroogd en uiteindelijk gerestaureerd. Sommige konden worden gered, andere waren onherstelbaar beschadigd.

De overstroming zou uiteindelijk een belangrijke impuls geven aan de ontwikkeling van moderne restauratietechnieken voor papier en boeken.

Ook de Uffizi en het Battistero werden getroffen

In de Uffizi probeerden medewerkers in alle haast kunstwerken naar hogere verdiepingen te brengen. Vooral de ruimtes op de begane grond, waar zich onder andere restauratieateliers, fotografische collecties en opslagruimtes bevonden, waren kwetsbaar. De medewerkers werkten onder bijzonder moeilijke omstandigheden om zoveel mogelijk kunstwerken veilig te stellen.

Ook de collectie portretten in de Corridoio Vasariano, de beroemde gang die de Uffizi met Palazzo Pitti verbindt, moest in veiligheid worden gebracht.

Bij het Battistero waren de gevolgen zoals gezegd eveneens groot. De vijf losgeraakte reliëfpanelen van Ghiberti’s Porta del Paradiso werden teruggevonden en later gerestaureerd. De originele deuren zijn tegenwoordig te bewonderen in het Museo dell’Opera del Duomo. De deuren die je nu aan het Battistero ziet, zijn kopieën.

Het is een goed voorbeeld van hoe de ramp van 1966 uiteindelijk ook heeft bijgedragen aan een andere manier van omgaan met het Florentijnse erfgoed.

De Angeli del Fango: de engelen van de modder

Tussen alle beelden van verwoesting ontstond ook iets bijzonders. Toen het nieuws over de overstroming zich verspreidde, kwamen vanuit heel Italië en ver daarbuiten mensen naar Florence om te helpen. Het waren studenten, kunstenaars, restauratoren en gewone burgers. Veel van hen waren jong en hadden nauwelijks ervaring met het redden van kunstwerken of het opruimen van de gevolgen van een natuurramp, maar ze wilden iets doen. Gewapend met laarzen, emmers, bezems en scheppen gingen ze aan het werk.

Ze hielpen bewoners hun huizen schoon te maken, verwijderden modder uit kerken en musea en vormden menselijke ketens om duizenden beschadigde boeken uit de Nationale Bibliotheek naar veiligere plekken te brengen. Deze vrijwilligers kregen al snel een bijnaam die tot op de dag van vandaag in Florence bekend is: gli Angeli del Fango, de engelen van de modder.

De vrijwilligers stonden urenlang in koude, vervuilde modder. Ze werkten vaak zonder goede beschermingsmiddelen en moesten uiterst voorzichtig omgaan met kwetsbare kunstwerken en boeken die door het water bijna uit elkaar vielen. Hun inzet was van onschatbare waarde. Zonder deze vrijwilligers zouden waarschijnlijk veel meer kunstwerken, boeken en historische documenten verloren zijn gegaan.

Wat ik zo bijzonder vind aan dit verhaal, is dat zoveel mensen zich verantwoordelijk voelden voor een stad die niet eens hun eigen stad was. Florence werd niet alleen gezien als een Italiaanse stad, maar als een plek waarvan het culturele erfgoed aan de hele wereld toebehoorde. Dat gevoel bracht mensen samen.

Hoe de overstroming de kunstrestauratie veranderde

De ramp van 1966 had niet alleen gevolgen voor de kunstwerken zelf, maar veranderde ook de manier waarop we tegenwoordig met restauratie en conservering omgaan.

Florence had al eeuwenlang een belangrijke traditie op het gebied van kunstrestauratie. Maar de enorme hoeveelheid beschadigde schilderijen, fresco’s, sculpturen en boeken stelde restauratoren voor problemen waarvoor nauwelijks bestaande oplossingen waren. Er moesten nieuwe technieken worden ontwikkeld.

Hoe droog je een schilderij op hout zonder dat het verder vervormt? Op welke manier verwijder je olie uit een eeuwenoude verflaag? En hoe red je een boek waarvan de pagina’s aan elkaar zijn geplakt? En hoe voorkom je dat een fresco na een overstroming verder afbrokkelt? Deze vragen dwongen restauratoren om intensiever samen te werken met wetenschappers, chemici en andere specialisten.

Het Florentijnse Opificio delle Pietre Dure, een van de belangrijkste restauratie-instituten ter wereld, speelde daarbij een centrale rol. De restauratie van beschadigde kunstwerken duurde vaak jarenlang. Sommige werken konden pas tientallen jaren na de ramp opnieuw worden tentoongesteld.

De kennis die tijdens deze restauraties werd opgedaan, heeft ook buiten Florence grote betekenis gekregen. In zekere zin werd de ramp daarmee een keerpunt in de geschiedenis van de moderne kunstrestauratie.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat het verlies enorm was. Maar het laat wel zien hoe de stad erin slaagde om zelfs uit een van de donkerste hoofdstukken van haar geschiedenis iets waardevols voort te laten komen.

Waar kun je in Florence nog zien hoe hoog het water kwam?

Een van de dingen die ik zo bijzonder vind aan Florence, is dat de geschiedenis er niet alleen in musea en kerken te vinden is. Soms hoef je alleen maar omhoog te kijken, zoals in de eerder genoemde Via de’ Neri.

Verspreid door het historische centrum zijn namelijk nog meer van deze gedenkstenen te vinden die aangeven hoe hoog het water tijdens de overstroming van 1966 kwam. Op deze stenen staat meestal een tekst als Il 4 novembre 1966 l’acqua arrivò a questa altezza: op 4 november 1966 bereikte het water deze hoogte. Wanneer je zo’n steen eenmaal hebt ontdekt, kijk je ineens heel anders naar de straat waarin je staat.

Piazza Santa Croce: een plein vol water

Ook op Piazza Santa Croce kun je nog altijd sporen van de overstromingen vinden. Op verschillende gevels rond het plein zijn gedenkstenen aangebracht die aangeven hoe hoog het water in 1966 stond. Op sommige plekken bereikte het een hoogte van ongeveer 4,40 meter.

Het plein dat tegenwoordig vol zit met toeristen, terrasjes en mensen die genieten van het uitzicht op de basiliek, was destijds volledig overspoeld. De Santa Croce zelf werd zwaar getroffen, net als de omliggende straten en gebouwen.

Wanneer je hier rondloopt, is het bijna onmogelijk om je voor te stellen hoe het plein er op die novemberdag moet hebben uitgezien. Toch hoef je alleen maar naar de gevels te kijken om te begrijpen hoe ernstig de situatie was.

Piazza del Duomo: zelfs het religieuze hart van Florence stond onder water

Ook in de omgeving van de Duomo zijn nog markeringen te vinden. Bij de aansluiting van Piazza del Duomo en Via de’ Cerretani bevindt zich bijvoorbeeld een aanduiding van de waterstand van 1966, op ongeveer twee meter hoogte.

Aan de andere kant van het plein, richting Via dell’Oriuolo, zijn eveneens sporen van de overstroming terug te vinden.Het is bijzonder om te bedenken dat de straten rondom de kathedraal, waar tegenwoordig duizenden mensen per dag lopen, destijds volledig onder water stonden.

Piazza Sant’Ambrogio: ook verder van de rivier

De overstroming beperkte zich niet tot de straten direct langs de Arno. Ook in de wijk Sant’Ambrogio, ten oosten van de Santa Croce, liep het water hoog op.

Op de gevel van de kerk van Sant’Ambrogio bevindt zich een markering die aangeeft dat het water hier in 1966 een hoogte van meer dan vier meter bereikte. Dat is misschien wel een van de meest verrassende plekken om een waterstand te ontdekken.

Je bevindt je hier immers op enige afstand van de rivier, midden in een levendige Florentijnse wijk. Juist daardoor wordt duidelijk hoe groot het gebied was dat door de overstroming werd getroffen.

Ook in de Oltrarno zijn de sporen zichtbaar

Aan de andere kant van de Arno, in de Oltrarno, zijn eveneens herinneringen aan de overstroming te vinden. Bij de kerk van San Niccolò is bijvoorbeeld een gedenksteen aangebracht die herinnert aan de hoge waterstand van 1966.

Ook in de omgeving van Santo Spirito en San Frediano werden huizen, winkels en werkplaatsen getroffen, hoewel de omvang aan deze kant van de rivier minder groot was aangezien dit deel van de stad heel licht omhoog loopt.

Mijn tip: kijk tijdens een wandeling door Florence eens bewust naar de gevels van de gebouwen. Vooral in de omgeving van Santa Croce ontdek je regelmatig kleine stenen plaquettes die je anders waarschijnlijk voorbij zou lopen. Ze vertellen een verhaal dat je niet altijd in de reisgidsen terugvindt.

Kan Florence opnieuw overstromen?

Na de ramp van 1966 werd duidelijk dat Florence beter beschermd moest worden tegen toekomstige overstromingen.

In de daaropvolgende decennia werden verschillende maatregelen genomen om de waterafvoer te verbeteren en het risico op nieuwe overstromingen te beperken. Ook de manier waarop de waterstanden worden gemeten en weersomstandigheden worden gevolgd, is sterk veranderd.

Tegenwoordig beschikken de autoriteiten over veel betere mogelijkheden om extreme regenval en stijgende rivierstanden te monitoren. Bovendien bestaan er waarschuwingssystemen en noodplannen die in 1966 nog ontbraken. De ramp speelde ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Italiaanse civiele bescherming, de Protezione Civile.

Toch betekent dit niet dat het gevaar volledig verdwenen is. Florence ligt nog altijd op dezelfde plek, in hetzelfde bekken, met dezelfde rivier die door het historische centrum stroomt. Bij uitzonderlijk zware regenval blijft de Arno een potentieel risico.

Dat is een van de redenen waarom de herinnering aan 1966 in Florence levend wordt gehouden. Niet alleen om de slachtoffers te herdenken, maar ook om nieuwe generaties bewust te maken van de kwetsbaarheid van hun stad.

Zestig jaar na de overstroming: Florence herdenkt 1966

Op 4 november 2026 is het precies zestig jaar geleden dat Florence door de Arno werd overspoeld. Voor de stad is dit een belangrijke herdenking. Er worden tentoonstellingen, lezingen en bijeenkomsten georganiseerd waarbij niet alleen wordt stilgestaan bij de ramp zelf, maar ook bij de mensen die hebben geholpen om Florence weer op te bouwen.

Bijzondere aandacht gaat uit naar de Angeli del Fango, de vrijwilligers die vanuit de hele wereld naar Florence kwamen. Hun verhaal is inmiddels een onlosmakelijk onderdeel geworden van de geschiedenis van de stad.

Ook de beschadigde kunstwerken, de langdurige restauraties en de enorme inspanningen om het Florentijnse erfgoed te redden, krijgen opnieuw de spotlights op zich gericht. Want hoewel Florence er tegenwoordig weer prachtig uitziet, zijn de gevolgen van 1966 nooit helemaal verdwenen. Sommige kunstwerken dragen nog altijd de littekens van de overstroming. Andere zijn dankzij tientallen jaren restauratiewerk weer te bewonderen.

4 november: een datum met een bijzondere betekenis

Voor de Florentijnen is 4 november onlosmakelijk verbonden met de overstroming van 1966. Voor mij heeft die datum echter ook een heel andere, persoonlijke betekenis. Op 4 november 2017 kwam ik namelijk in Florence aan om hier te gaan wonen. Precies 51 jaar na de overstroming die de stad zo ingrijpend had veranderd.

Ik kende Florence op dat moment al van eerdere bezoeken en was in de loop der jaren steeds meer van de stad gaan houden. Maar vanaf die dag zou Florence niet langer alleen een plek zijn waar ik graag kwam. Het werd mijn thuis.

Pas wanneer je ergens woont, begin je een stad echt op een andere manier te leren kennen. Je ontdekt de straten waar je als toerist nooit zou komen, leert de verhalen achter de gebouwen en merkt hoe het verleden nog altijd deel uitmaakt van het dagelijks leven.

Dat is voor mij misschien wel het mooiste aan Florence. Achter vrijwel iedere gevel, op ieder plein en in iedere kerk schuilt een verhaal. Soms een verhaal over de macht en rijkdom van de Medici, soms over de kunstenaars die hier eeuwen geleden werkten. Maar soms ook over gewone Florentijnen die hun stad na een verschrikkelijke ramp weer moesten opbouwen.

Tijdens mijn rondleidingen door Florence vertel ik daarom graag niet alleen over de beroemde monumenten en kunstwerken, maar juist ook over de minder bekende verhalen die de stad hebben gevormd. De overstroming van 1966 is daar een goed en aangrijpend voorbeeld van.

Wie Florence echt wil begrijpen, moet niet alleen kijken naar alles wat de stad in de loop der eeuwen heeft opgebouwd, maar ook naar wat ze heeft verloren en hoe ze daar telkens weer bovenop is gekomen.

De overstroming van Florence in 1966: de dag waarop de stad verdronk

Op 4 november 1966 werd Florence getroffen door een van de grootste rampen uit haar geschiedenis. De rivier de Arno, die normaal gesproken zo rustig door het historische centrum stroomt, veranderde in een allesverwoestende watermassa. Mensen verloren hun huizen, winkels en soms zelfs hun leven. Eeuwenoude kunstwerken verdwenen onder een

Lees verder »
florence-met-kinderen

Florence met kinderen: 12 dingen om te doen

Florence is een van Europa’s topbestemmingen. Het blijft echter een stad met veel toeristen waardoor het soms een uitdaging is je met je kinderen te vermaken. Toch is er ook voor de kleinsten genoeg te zien en te beleven. Hierbij 12 superleuke dingen om met kinderen te doen in Florence.

Lees verder »

Bijzondere activiteiten in Florence

10 Dingen die je als Florence-liefhebber minstens 1x keer gedaan moet hebben! Florence is zo’n stad waar je nooit op uitgekeken raakt. Zelfs als je alle highlights al eens gezien hebt – de Duomo, de Ponte Vecchio, de Uffizi – blijft de stad je verrassen. Want achter die wereldberoemde gevels

Lees verder »

De leukste interactieve musea in Florence

De leukste interactieve musea voor jong en oud in Florence Florence, de stad van kunst, geschiedenis en cultuur, heeft ook voor moderne ontdekkingsreizigers (groot en klein!) veel te bieden. Naast wereldberoemde meesterwerken en historische gebouwen vind je hier ook interactieve musea die leuk zijn voor volwassenen én kinderen. Hieronder ontdek

Lees verder »